Eerst een rekenkundige vaststelling. Twee derden van mijn tocht zit er al op!
Veel ups en downs, letterlijk dan. Zo staat de Camino del Norte omschreven in alle Compostella-naslagwerken. Vandaag krijgen ze er nog een getuige bij om dit te beamen. De ‘ups’ zijn de (soms venijnige) klimmetjes door bossen en ander natuurschoon. Dit naar hoogten met adembenemende uitzichten op de oceaan en de kustrotsen waarop de golven zich te pletter slaan. De ‘downs’ zijn de afdalingen naar mooie, drukke kustplaatsen die je eerst van bovenaf kunt bewonderen om dan af te zakken naar de dijk waar de Camino je vervolgens van de ene naar de andere kant van de badplaats voert. De warme, niet meer zo felle kleuren verraden dat het zomerseizoen al een heel eind gevorderd is. Maar dat zal de surfers, de stoeiende kinderen, de zonnekloppers en dijkwandelaars voorlopig worst wezen.

Een tegenvaller vind ik wel het gebrek aan accomodatie dat voor de pelgrims beschikbaar is. Heel veel tijd gaat verloren bij het zoeken naar een overnachtingsplaats. Veelal krijgen we als antwoord dat de zaak volzet is. Als we dit dan toetsen aan het geringe aantal pelgrims die we ontmoeten stellen we ons daar uiteraard vragen bij. Hier en daar wordt beweerd dat er slaapgelegenheid die initieel voor pelgrims bedoeld was wordt verhuurd aan festivalgangers en zelfs gewone toeristen. Indien dit klopt is dat uiteraard heel jammer voor de stappers.
Maar dan zijn er nog de pure Camino-lovers. Zij die uit idealisme langs de Weg een rustplaats ‘uitbaten’ en de voorbijtrekkende pelgrims voorzien van alles waar een trekker behoefte aan kan hebben; een comfortabel bank, een verkwikkende kopje koffie, stukje taart, toast met zelfbereide kaas, fris water voor de veldfles…Een welgekomen oase. Wat moet ik u hiervoor mijnheer? Daar staat de spaarpot, ’t is donativo.


Geef een reactie