Dat er kleurrijke figuren tussen de tochtgenoten zitten is al duidelijk geworden. Neem nu Daniël uit Keulen. Gisteravond kwam de één na de ander in het keukentje om te eten of eten klaar te maken. Stond daar een kookpot met een geel/groenachtige substantie die niet erg bevorderlijk was voor de eetlust. ‘C’est quoi ça?’ en ‘was ist das?’ werd non-verbaal ondersteund door blikken van afkeer en walging. Tot Daniël verscheen met de verklaring. Hij probeerde zijn t-shirt een rood kleurtje te geven. Dit door het kledingstuk in een pot met geplette kersen onder te dompelen. Het zag er niet uit en het zag er ook niet naar uit dat het zou lukken. Nochtans, zijn vorige kleuring met kurkuma was wel degelijk een succes, wist hij ons te ‘overtuigen’.
Het valt mij op dat de bewegwijzering van de route een serieuze boost heeft gekregen. Vrijwel onmogelijk om nu nog verloren te lopen. Daarbij worden langs de weg hier en daar door de bewoners zelf Sint-Jacobsschelpen geplaatst. Ik passeerde zelfs een dorpje waar zeker zeventig procent van de huizen voorzien waren van dergelijke al dan niet versierde schelp. Tof om te zien.

Toen ik vertrok deze morgen was het nog overal nat van de regen. Plots kwam ik in een ware exodus van Bourgondische slakken terecht. Echte wijngaardslakken, zomaar van de grond te plukken. Met wat kruidenboter er bij had ik voor vanavond voor een delicatesse kunnen zorgen. ‘k Heb het toch maar zo gelaten.

’t Was weer een regenachtige dag. Terug dertig kilometer afgelegd. Doorheen het mooie stadje Prémery gewandeld met zijn bisschoppelijk kasteel uit de vijftiende eeuw. Morgen een kleine etappe waarbij ik een bezoek breng aan de stad Nevers.

Geef een reactie