Vandaag ben ik door de Franse woestijn getrokken. Bestaat niet? Dat dacht ik ook. Nooit iets over geleerd op school. Deze morgen kreeg ik al waarschuwingen van mijn host. Neem voldoende water mee en voor je Sézanne verlaat spring je best eens binnen bij de bakker. Want tijdens je volgende tocht is er niets. Rien. De raadgeving had iets gebiedens in zich zodat ik er niet aan twijfelde om het advies onvoorwaardelijk op te volgen. Met voldoende proviand trok ik het stadje uit. Enkele hellinkjes door het bos om de spieren wat los te maken. Nog een passage door het sympathieke dorpje Vinday meepikken. Bij het verlaten van dat plaatsje gebeurde het. Het kwik was inmiddels gestegen tot boven de dertig graden en voor mij doemde de immens grote okerkleurige vlakte op. Ik snapte het, ik word de woestijn ingestuurd! In de verte zag ik al zandstormen die zich aan het ontwikkelen waren. Het wordt een beproeving wist ik al met zekerheid. Wat een immense hitte en niet één boom in de omgeving om wat in de schaduw te schuilen. Ik moest er door en hiertoe zou Juliette mij aanwijzingen moeten geven. ( Juliette is het soms nukkige persoon in mijn GPS die altijd alles beter wil weten maar die ik noodgedwongen moet vertrouwen). Wellicht wordt ze ook slachtoffer van de hervormingen door de regering want keer op keer weigerde ze dienst vandaag. Ook bij haar ging het argument ‘ik kan er toch ook niets aan doen’ niet op. Het bleef een stem in de woestijn. Op de meest cruciale kruispunten liet ze me in de steek. Gevolg, verkeerde paden inslaan en als ik enkele honderd meters verder gestapt was me dan doodleuk melden ‘je gaat de verkeerde kant op, kijk op de kaart!’. Uren doorgestapt met de blik op oneindig. Nu was ik zeker want er doemde nog een fata morgana op ook. Met grote inspanning van mijn ogen dacht ik het woord ‘compostella’ te ontwaren doch ik was maar zeker van de laatste zes letters. Ik had dorst en mijn anderhalve liter zat er al door. Toen Juliette al een beetje tot redelijkheid was gekomen en me liet weten dat we de laatste vijf kilometers ingezet waren kwamen we onverwacht in een oase terecht. Een van het moderne soort want tussen het groepje bomen stond een kraantje met het opschrift: ‘eau potable’. Meteen drinken met volle teugen, drankbussen vullen en hoofd eronder. Dorst was gelest én ik kon weer helder denken. Om mijn dag samen te vatten: de godganse dag in een verschroeiende zon tussen de graanvelden waar pikdorsers, die grote stoffige wolken achter zich vormden, volop in de weer waren om de oogst binnen te halen. Behalve dat was er niets. Rien.

Laat een reactie achter op Freddy Eggermont Reactie annuleren