Het leek wel herfst vandaag. Koud, regen, wind, vallende bladeren…En om de mistroostigheid compleet te maken voerde de Weg ons langsheen ‘Arcelor’. Neen, Arcelor is geen idyllisch Spaans stadje maar de stank en vuiligheid verspreidende staalfabriek, ter grootte van minstens vier dorpen. Arcelor Metal natuurlijk, je weet wel, haar neefje bezoedelt Zelzate.

Hier en daar toch wel een mooi stukje door het bos met grote varens en hoge naaldbomen. Ook veel eucalyptus-bomen met hun specifieke geur. De bewegwijzering liet soms wat te wensen over zodat ik regelmatig op mijn gps moest terugvallen.

Het was 12:40 toen ik bij de herberg aankwam. Ik had gelezen dat de deuren pas open gingen om 13:00 (is gebruikelijk en veelal later omdat er uiteraard moet schoongemaakt worden na de vorige ‘vloot’ pelgrims). Even wachten dan maar. Komt er een man naar mij om te zeggen dat de albergue gesloten is. Ze zijn aan het renoveren, mijnheer. Je zult iets anders moeten zoeken. Weet je wat? ga naar het stadhuis en vraag daar als er andere herbergen zijn. Een tweede man kwam er bij en deze hielp de eerste om oplossingen te vinden. Wat er die twintig minuten precies allemaal gezegd werd, ik weet het niet meer. In ieder geval werd mij met veel misbaar duidelijk gemaakt dat ik met een serieus probleem zat. Toen de eerste man een rijdende politiewagen probeerde tegen te houden om hulp te vragen (echt waar) ging de deur van de herberg open en werd ik verwelkomd door de hospitalero. Onder het gemompel van onbegrip en excuses dropen de twee af. Ik had met ze te doen, ze wilden met uit de problemen helpen maar waren jammer genoeg niet juist geïnformeerd.

De albergue ‘Pedro Solis’

Published by

Categories:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *