Gewoonlijk kijk ik onmiddellijk bij aankomst op mijn bestemming uit naar logement voor de volgende dag. Gisteren moest ik uitzonderlijk zes telefoontjes plegen om iets te vinden in Saint Astier. Alles volzet. Telkens was men erg behulpzaam om alternatieven te vinden. Zo zijn Anthony en ik vandaag na een omweggetje van een tweetal kilometer gearriveerd in ‘Le Verdier'(meteen zijn vuurdoop met 28 km, zal goed slapen…). Gastvrouw Sylvie had me verteld dat ze wat later zou zijn maar dat we binnen kunnen omdat er altijd iemand thuis is. We werden dus ontvangen door haar moeder die moeilijk te been is. Een heel vriendelijke mevrouw die zich geneerde omdat haar dochter ons niet ontvangen had ‘zoals het hoorde’. Ik had alle moeite om haar gerust te stellen.
Ik was even verward want sommigen hebben het over de Dordogne, anderen dan weer over de Périgord. Blijkbaar zijn dit synoniemen en is Périgueux het kloppend hart van de regio. Dordogne is de officiële naam en Périgord verwijst meer naar het terroir, zoals al genoemd: de truffel, het gevogelte, de noten, de wijn,… De streek zelf wordt onderverdeeld in vier subregio’s genoemd naar de kleuren groen,wit, rood en paars. Echt de moeite om de specifieke kenmerken eens van naderbij te bekijken via deze link: regio’s binnen de Périgord.

Saint Astier is een gezellig pittoresk stadje met alweer een grote historische achtergrond. Vandaag de dag nog een economisch belangrijk voor de kalkwinning uit de talrijke kalksteenrotsen.


Geef een reactie