De aanloop is voorbij.

Na een genereus ontbijt, tot in de puntjes verzorgd door een lieve oudere gastvrouw, kon ik omstreeks 08:15 Parfondeval verlaten. Geen goede nacht gehad want het kamertje was een mierenparadijs. Eerst wat jeuk op mijn armen. Beetje verbrand van de zon, dacht ik. Krabben zonder te kijken. Tot ik ze in de gaten kreeg. Wellicht had de mieren-Trump bevel gegeven om mij van alle kanten aan te vallen. Op de duur krijg je natuurlijk overal jeuk ook al zitten er daar geen. De muggenspray die ik bij heb bracht wat beterschap.

Onderweg terug weinig beschutting langs de kale veldwegen. Een vijftal reëen gezien en wat hazen die hun eigen pad kozen. Ook een eekhoorntje dat de boom in vluchtte.

Vandaag eindigde mijn tocht in Château Porcien ( regio Champagne-Ardenne) en dit is meteen het einde van de Via Scaldea. De weg mondt uit in de Via Campaniensis (bemerk het niet toevallige verwantschap met het woord Champagne) de route die vanuit Rocroi, via Reims en Troyes naar Vézelay voert. Waar langs de Via Scaldea weinig tot geen specifieke pelgrim-accommodaties zijn ben ik nu op de ‘backbone’ van de Franse Chemins de Compostelle terecht gekomen. Het contact met andere pelgrims langs de weg en in basic infrastructuren maakt onlosmakelijk deel uit van de pelgrim-cultuur.

Published by

Categories:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *